Wat is alopecia?
Meer dan haar.
Alopecia is de medische term voor haarverlies. Er bestaan verschillende vormen — fysiek, emotioneel en sociaal heeft het impact.

Vormen van haarverlies
Haarverlies kent verschillende oorzaken en verloopt niet bij iedereen hetzelfde. Hieronder vind je de 9 hoofdvormen met hun belangrijkste kenmerken.
Auto-immuunziekteAlopecia areataPlotseling ontstaan ronde of ovale kale plekken, meestal op de hoofdhuid, maar ook op wenkbrauwen, wimpers, baardstreek, oksels of schaamstreek.
Bij alopecia areata valt het eigen afweersysteem per ongeluk de haarwortels aan. De huid blijft meestal gaaf en de aandoening is niet besmettelijk. Haar kan vanzelf teruggroeien, maar soms breidt het haarverlies uit.
Verschillende vormen
- Alopecia areata: kale plekken op één of meerdere delen van het lichaam.
- Alopecia (areata) totalis: al het hoofdhaar valt uit.
- Alopecia (areata) universalis: al het haar op het hele lichaam valt uit.
- Alopecia (areata) ophiasis: bandvormig haarverlies in de nek, achter de oren en langs de achterste haargrens.
Soms ontstaan er putjes of groeven in de nagels. De aandoening komt vaker voor bij mensen met een andere auto-immuunziekte, eczeem, astma of hooikoorts. Erfelijkheid en omgevingsfactoren kunnen ook meespelen.
Littekenvormend haarverliesAlopecia cicatricialisEen verzamelnaam voor vormen van kaalheid waarbij littekenweefsel ontstaat en definitief haarverlies kan veroorzaken.
Bij alopecia cicatricialis raken de haarzakjes beschadigd en ontstaat littekenweefsel. Op littekenweefsel kan geen haar meer groeien, dus het haarverlies is meestal blijvend.
De huid is vaak gladder, glanzend of anders van kleur dan de omringende huid en bevat geen zichtbare haaropeningen. Soms is een huidbiopsie nodig om de diagnose te bevestigen. De behandeling richt zich vooral op het afremmen van de ontsteking en het beperken van verdere schade.
Geleidelijk haarverliesAlopecia androgeneticaEen erfelijk bepaalde vorm van haarverlies waarbij haarzakjes onder invloed van hormonen geleidelijk verkleinen.
Mannelijke hormonen, met name dihydrotestosteron (DHT), binden aan receptoren op de haarfollikels. Daardoor worden grotere follikels kleiner en wordt iedere nieuwe haar fijner en korter: miniaturisatie.
Bij mannen begint het vaak aan de slapen en op de kruin. Bij vrouwen wordt het haar meestal dunner op de middellijn van het hoofd en wordt de scheiding breder. Erfelijke aanleg speelt een grote rol.
Vrouwelijk patroonFemale Pattern HairlossDe meest voorkomende vorm van haarverlies bij vrouwen: het haar wordt bovenop het hoofd dunner en de scheiding breder.
Female Pattern Hair Loss kan vanaf de puberteit voorkomen en komt vaker voor naarmate vrouwen ouder worden. De haarzakjes worden geleidelijk kleiner, waardoor er fijne, dunne haartjes (vellusharen) ontstaan. De haargrens blijft meestal intact.
Hoewel de aandoening meestal geen teken van een andere ziekte is, kan het een grote impact hebben op zelfbeeld en kwaliteit van leven.
Zeldzame ontstekingFolliculitis DecalvansEen zeldzame ontsteking van de hoofdhuid met pukkeltjes, korstjes, roodheid en soms een branderig of pijnlijk gevoel.
Door de ontsteking raken de haarzakjes beschadigd en kunnen er blijvende kale plekken ontstaan. Een overgroei van bepaalde huidbacteriën kan een rol spelen. De aandoening is niet besmettelijk.
Met antibiotica of ontstekingsremmende middelen kan de ziekte vaak worden afgeremd en kunnen klachten verminderen, maar bestaande littekens blijven meestal bestaan.
Terugtrekkende voorste haargrensFrontale fibroserende alopecia (FFA)Een littekenvormende vorm waarbij vooral de voorste haargrens langzaam naar achteren trekt.
De huid langs de haargrens wordt vaak glanzend en glad. Soms blijven er enkele alleenstaande haren staan, zogeheten "lonely hairs". Ook wenkbrauwuitval kan voorkomen.
Met een speciale camera (trichoscopie) ziet de arts vaak dat de haaropeningen verdwenen zijn, soms met lichte roodheid of schilfering. Soms zijn ook de zijkanten van het hoofd aangedaan.
Ontsteking met littekensLichen Planopilaris (LPP)Een ontsteking van de hoofdhuid die meerdere blijvende kale plekken kan geven, vaak met roodheid en schilfering.
LPP kan verspreid over het hoofd kale plekken veroorzaken. De wenkbrauwen zijn meestal niet aangedaan. Met trichoscopie zijn typische kenmerken zichtbaar: ontsteking rond de haarzakjes, schilfering, roodheid en littekentjes. Soms groeien meerdere haren uit één porie.
Verstoorde haarcyclusTelogeen effluviumVeel haren komen ineens in de rustfase terecht en vallen ongeveer drie maanden later verspreid over de hoofdhuid uit.
De haargroeicyclus bestaat uit drie fasen: de groeifase (anageen), de overgangsfase (katageen) en de rustfase (telogeen), waarna het haar uitvalt. Bij telogeen effluvium schiet plotseling veel haar tegelijk naar de rustfase.
- Acuut: ontstaat na een tijdelijke verstoring, zoals ziekte, koorts, operatie, bevalling, ernstige stress of een ijzer- of vitaminetekort.
- Chronisch: het haarverlies houdt langer dan zes maanden aan.
Telogeen effluvium kan ook samen optreden met andere vormen van haarverlies, zoals alopecia androgenetica of female pattern hair loss.
Dwangmatig haren uittrekkenTrichotillomanieGeen klassieke haarziekte, maar haarverlies door een drang om de eigen haren uit te trekken. Vaker bij kinderen dan bij volwassenen.
De plekken kunnen lijken op alopecia areata, maar bij trichotillomanie ziet een dermatoloog vaak afgebroken haren van verschillende lengtes. Omdat mensen soms ontkennen dat ze hun haren uittrekken, kan de diagnose lastig zijn.
Er is geen medicamenteuze behandeling voor het haarverlies zelf. De juiste begeleiding komt vaak van een psychodermatoloog, psycholoog of psychiater. Het stoppen met het trekken is de enige oplossing. Langdurig trekken kan de haarzakjes blijvend beschadigen.
